|
Home
| Index |
Terug
|
Volgende
Hebt uw Vijanden lief II.
Als we onze vijanden lief moeten hebben mogen we ze
natuurlijk ook niet haten. De volgende teksten worden dan ook aangehaald om dit
te staven maar men vergeet dan dat hier overal staat ''uw broeder''. Er staat
dus niet "Gij zult niemand haten". De regel wordt duidelijk beperkt
tot broeders en naasten.
| Leviticus 19:17 Gij
zult uw broeder in uw hart niet haten; |
| 1 Johannes 3:15 Een
iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat
geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende. |
| 1 Johannes 4:20 Indien
iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een
leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft,
hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft? |
| 1 Johannes 2:11 Maar
die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis,
en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen
verblind. |
In de loop der eeuwen zijn de christenen deze "naaste" en
"broeder" steeds ruimer gaan interpreteren zodat het nu "iedere
medemens" inclusief vijanden en tegenstanders betekent. Dat dit geenszins
de interpretatie van de Bijbel is blijkt uit het volgende:
| Psalmen 5:5 (5-6) De
onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der
ongerechtigheid. |
| Psalmen 139:21 Zou ik
niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen
U opstaan? |
| Prediker 3:8 Een tijd
om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een
tijd van vrede. |
Jezus doet er nog een schepje bovenop door de zeggen dat een
goede volgeling van Hem zijn hele familie moet haten.
| Lucas 14:26 Indien
iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en
kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die
kan Mijn discipel niet zijn. |
Home
| Index |
Terug
|
Volgende
|