|
Home
| Index |
Terug | Volgende
Het Huwelijk
Het concept "Christelijk Huwelijk", als monogame
verbintenis tussen man en vrouw waarin zij lief en leed samen delen is beslist
geen bijbelse visie. Polygamie is aan de orde van de dag zoals blijkt
uit de volgende tekst waar de erfenis wordt geregeld tussen de kinderen van
verschillende vrouwen.
|
(Deuteronomium 21:15) Wanneer een man twee
vrouwen heeft, een
beminde, en een gehate; en de beminde en de gehate hem zonen zullen
gebaard hebben, en de eerstgeboren zoon van de gehate zal zijn; Zo zal het
geschieden, ten dage als hij zijn zonen zal doen erven wat hij heeft, dat
hij niet zal vermogen de eerstgeboorte te geven aan den zoon der beminde,
voor het aangezicht van den zoon der gehate, die de eerstgeborene is. |
De bijbelse hoofdrolspelers
nemen net zoveel vrouwen als ze willen en nergens, ook niet in het Nieuwe
Testament, wordt dat afgekeurd.
|
(Genesis 4:19) En Lamech nam zich twee
vrouwen; de naam van
de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla. |
|
(Genesis 16:3-4) Zo
nam Sarai, Abrams huisvrouw, de Egyptische Hagar,
haar dienstmaagd, ten einde van tien jaren, welke Abram in het land
Kanaan gewoond had, en zij gaf haar aan Abram, haar man, hem tot een
vrouw. En hij ging in tot Hagar, en zij ontving. |
|
(Genesis 28:9)
Zo ging Ezau tot Ismaël, en nam zich tot een vrouw boven zijn
vrouwen, Mahalath, de
dochter van Ismaël, den zoon van Abraham, de zuster van Nebajoth. |
(Genesis 29:20)
20 Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaren; en die waren in zijn ogen
als enige dagen, omdat hij haar liefhad. 21 Toen zeide Jakob tot Laban:
Geef mijn huisvrouw, want mijn dagen zijn vervuld, dat ik tot haar inga.
22 Zo verzamelde Laban al de mannen dier plaats, en maakte een maaltijd.
23 En het geschiedde des avonds, dat hij zijn dochter Lea
nam, en bracht haar tot hem; en hij ging tot haar in .............28 En
Jakob deed alzo; en hij vervulde de week van deze. Toen gaf hij hem Rachel,
zijn dochter, hem tot een vrouw...............30 En hij ging ook in tot
Rachel, en had ook Rachel liever dan Lea;.........
(Genesis 30:3) En zij zeide: Zie, daar is mijn dienstmaagd Bilha,
ga tot haar in; dat zij op mijn knieen bare, en ik ook uit haar gebouwd
worde. 4 Zo gaf zij hem haar dienstmaagd Bilha tot een vrouw; en Jakob
ging tot haar in...........9 Toen nu Lea zag, dat zij ophield van baren,
nam zij ook haar dienstmaagd Zilpa, en gaf
die aan Jakob tot een vrouw. 10 En Zilpa, Lea's dienstmaagd, baarde
Jakob een zoon. |
|
(Genesis 36:2) Ezau nam zijn
vrouwen uit de
dochteren van Kanaän, Ada, de dochter van Elon, den Hethiet, en Aholibama,
de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, den Heviet; |
|
(Genesis 36:12) En Timna was een
bijwijf van Elifaz,
den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van
Ada, Ezau's huisvrouw. |
|
(Richteren 8:30) Gideon nu had zeventig zonen, die uit zijn heupe
voortgekomen waren; want hij had vele
vrouwen. |
|
(1 Samuël 1:2) En hij had twee
vrouwen; de naam van
de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had
kinderen, maar Hanna had geen kinderen. |
|
(1 Samuël 25:43) Ook nam David Ahinoam van Jizreël; alzo waren ook die
beiden hem tot vrouwen. |
|
(2 Samuël
3:7) Saul nu had een
bijwijf gehad, welker naam was Rizpa, dochter van Aja; |
| (2 Samuël 5:13) En
David nam meer bijwijven, en vrouwen van Jeruzalem, nadat hij van Hebron
gekomen was; en David werden meer zonen en dochteren geboren. |
|
(2 Samuël
20:3) Toen nu David in zijn huis
te Jeruzalem kwam, nam de koning de tien
vrouwen, zijn
bijwijven, die hij gelaten had, om het huis te bewaren, en deed ze in een
huis van bewaring, |
|
(1 Koningen 11:3) En
hij [Salomo] had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd
bijwijven en zijn vrouwen neigden zijn hart. |
|
(2 Koningen 14:15)
Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en
des konings vrouwen,
en zijn hovelingen; |
|
(1
Kronieken 2:46) En Efa, het
bijwijf van Kaleb,
baarde Haran, en Moza, en Gazez; en Haran gewon Gazez. |
| (2
Kronieken 11:21) En
Rehabeam had Maacha, Absaloms dochter, liever dan al zijn vrouwen en
zijn bijwijven; want hij had achttien vrouwen genomen, en
zestig
bijwijven; en hij gewon acht en twintig zonen en zestig dochteren. |
| (2 Kronieken 13:21) Zo
versterkte zich Abia; en hij nam zich veertien vrouwen, en gewon twee en
twintig zonen en zestien dochteren. |
|
(2 Kronieken
24:2) En Joas deed dat recht was in de ogen des HEEREN, al de dagen
van den priester Jojada. En Jojada nam voor hem twee
vrouwen; en hij gewon
zonen en dochteren. |
| (Esther 2:14) Des
avonds ging zij daarin, en des morgens ging zij weder naar het tweede
huis der vrouwen, onder de hand van Saasgaz, den kamerling des konings,
bewaarder der bijwijven, zij kwam niet
weder tot den koning, ten ware de koning lust tot haar had, en zij bij
name geroepen werd. |
Vrouwen worden in de hele Bijbel gezien als onreine wezens
waar men als man maar beter uit de buurt kan blijven:
| (Exodus 19:14-15) Toen
ging Mozes van den berg af tot het volk, en hij heiligde het volk; en
zij wiesen hun klederen. En hij zeide tot het volk: Weest gereed tegen
den derden dag, en nadert niet tot de vrouw. |
| (1
Korinthiers 7:1)
Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij geschreven hebt; het is een mens
goed geen vrouw aan te raken. |
| (Openbaringen 14:4)
Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn
maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat;
dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam. |
Het hebben van gemeenschap maakt man, vrouw en het bed
onrein.
|
(Leviticus 15:18) Mitsgaders de vrouw, als een man met het zaad des bijliggens bij
haar gelegen zal hebben; daarom zullen zij zich met water baden, en
onrein zijn tot aan den avond. |
Het krijgen van kinderen is een straf en maakt de vrouw
onrein. Let op, baart zij een jongetje dan is ze zeven dag onrein, bij een
meisje is dit 14 dagen.
| (Genesis 3:16) Tot de
vrouw [Eva] zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk
uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; |
| (Leviticus 12:2)
Wanneer een vrouw zaad gegeven, en een knechtje gebaard zal hebben, zo
zal zij zeven dagen onrein zijn; |
| (Leviticus 12:5) Maar
indien zij een meisje gebaard zal hebben, zo zal zij twee weken onrein
zijn; |
In het nieuwe testament lijkt
Paulus ook al geen groot voorstander van het huwelijk :
|
(1 Korinthiers 7:1:2) Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij
geschreven hebt; het is een mens goed geen vrouw aan te raken. Maar om der
hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een
iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben |
Het stichten van een gezin en het krijgen van kinderen heeft
bij Jezus, zelf eeuwige vrijgezel, nooit hoog op de agenda gestaan zoals mag
blijken uit de volgende verzen:
| (Lukas 20:35) Maar die
waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de
doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden; |
| (Matth 19:12) Want er
zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn
gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die
zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. |
Jezus zelf
vindt de familie en gezin van ondergeschikt belang zoals uit het volgende
mag blijken:
| (Lukas 14:26) Indien
iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en
kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die
kan Mijn discipel niet zijn. |
| (Matth 19:29) En zo
wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of
moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal
honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven. |
|
(Matth 10:35-37) Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken
tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter
tegen haar schoonmoeder. En zij zullen des mensen vijanden worden, die
zijn huisgenoten zijn. Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns
niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet
waardig. |
|
(Matth 12:47-49)
En iemand zeide tot Hem: Zie, Uw
moeder en Uw broeders
staan daar buiten, zoekende U te spreken. Maar Hij, antwoordende, zeide
tot dengene die Hem dat zeide:
Wie is
Mijn
moeder, en
wie zijn
Mijn broeders?
En Zijn hand uitstrekkende over Zijn discipelen, zeide Hij: Ziet,
Mijn
moeder en
Mijn broeders. |
Home
| Index |
Terug | Volgende
|