Home
| Index |
Terug |
Volgende
Goddelijke Genocide
Hoewel de bijbelse God dit in
Zijn voorzienigheid natuurlijk makkelijk anders had kunnen regelen (bijv. door
een onbewoond stuk woestijn vruchtbaar te maken of ipv het volk 40 jaar rondjes
in de Sinai te laten lopen had Hij ze ook naar een minder bevolkt stukje van de
wereld kunnen dirigeren) belooft Hij aan Abraham een stuk
land dat al bewoond is door andere volkeren.
|
(Genesis
15:18) Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende:
Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de
rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: Den
Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet, En den Hethiet, en den Fereziet,
en de Refaieten, En den Amoriet, en den Kanaäniet, en den Girgaziet, en
den Jebusiet.
|
In tegenspraak met zijn eigen gebod "Gij
zult niet stelen" belooft God ook alle bezittingen van de inwoners van het
beloofde land aan het nageslacht van Abraham.
|
(Deuteronomium
6:10-11) Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u
zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en
Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij
niet gebouwd hebt, En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld
hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt,
wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten
hebt en verzadigd zijt; |
|
(Deuteronomium
20:14) Behalve de vrouwen, en de kinderkens, en de beesten, en
al wat in de stad zijn zal, al haar buit zult gij voor u roven; en gij
zult eten den buit uwer vijanden, dien u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
|
Naast de hebzucht van de Israëliërs
weet de bijbelse God met Zijn beloftes ook de seksuele driften te
prikkelen.
|
(Deuteronomium
21:10-11) Wanneer gij zult uitgetogen zijn tot den strijd tegen
uw vijanden; en de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben in uw hand, dat
gij hun gevangenen gevankelijk wegvoert; En gij onder de gevangenen zult
zien een vrouw, schoon van gedaante, en gij lust tot haar gekregen zult
hebben, dat gij ze u ter vrouwe neemt;
|
Om Zijn absurde beloftes waar te kunnen maken
kiest de hemelse Vader voor het middel van de planmatige genocide. In tegenspraak met zijn eigen
gebod "Gij zult niet doden" geeft Hij gewoon opdracht om hele
steden en volkeren uit te moorden.
Let wel, dit zijn de niet
de oorlogsmisdaden van een ontspoord volk maar regelrechte instructies van de
Allerhoogste voor het organiseren van een holocaust.
|
(Deuteronomium
20:16-17) Maar van de
steden dezer volken, die u de HEERE, uw God, ten erve geeft, zult gij
niets laten leven, dat adem heeft. Maar gij zult ze ganselijk verbannen:
de Hethieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, de
Hevieten, en de Jebusieten, gelijk als u de HEERE, uw God, geboden heeft;
|
|
(Deuteronomium 20:13) En de HEERE, uw God, zal haar in uw hand geven;
en gij zult alles, wat mannelijk daarin is, slaan met de scherpte des
zwaards; |
|
(Deuteronomium
7:16) Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u
geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet
dienen; want dat zoude u een strik zijn. |
|
(Deuteronomium
7:22-23) En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht
allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen,
opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige. En de HEERE zal hen
geven voor uw aangezicht, en Hij zal hen verschrikken met grote
verschrikking, totdat zij verdelgd worden. |
|
(Numerie 21:34-35) De HEERE nu zeide tot
Mozes: Vrees hem niet; want Ik heb
hem in uw hand gegeven, en al zijn volk, ook zijn land; en gij zult hem
doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon
woonde, gedaan hebt. En zij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk,
alzo dat hem niemand overbleef; en zij namen zijn land in erfelijke
bezitting.
|
|
(Numerie. 25:17) Handel vijandelijk met de
Midianieten, en versla hen; |
|
(Numerie 31:7) En zij streden tegen de
Midianieten, gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en zij doodden al wat
mannelijk was. |
|
(Jozua 10:40)
Alzo
sloeg Jozua het ganse land, het gebergte, en het zuiden, en de laagte, en
de aflopingen der wateren, en al hun koningen; hij liet geen overigen
overblijven; ja, hij verbande alles, wat adem had, gelijk als de HEERE, de
God Israels, geboden had.
|
Ook nadat het beloofde
land is ingenomen geeft God keer op keer opdracht om hele steden en volkeren
tot op de laatste man uit te moorden. Voor de weekhartigen geeft de Heere nog
speciale instructies om vrouwen, kinderen en ouden van dagen toch beslist niet
te sparen.
| (1 Samuel 15:18) En de HEERE heeft u op den weg gezonden, en gezegd: Ga heen
en verban de zondaars, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat gij
dezelve te niet doet.
|
| (Jeremia 50:21) Tegen
het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod;
verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik
u geboden heb.
|
| (1
Samuel 15:3) Ga
nu heen, en sla Amalek, en verban alles, wat hij heeft, en verschoon hem
niet; maar dood van den man af tot de vrouw toe, van de kinderen tot de
zuigelingen, van de ossen tot de schapen, van de kemelen tot de ezelen
toe.
|
| (1 Samuel 5:9) En het geschiedde, nadat zij die hadden rondom gedragen, zo
was de hand des HEEREN tegen die stad met een zeer grote kwelling; want
Hij sloeg de lieden dier stad van den kleine tot den grote….
|
| (Jeremia 13:14) En Ik zal hen in stukken slaan, den een tegen den ander, zo de vaders als de
kinderen te zamen, spreekt de HEERE; Ik zal niet verschonen noch sparen,
noch Mij ontfermen, dat Ik hen niet zou verderven.
|
|
(Ezechiel 9:5-6) Maar
tot die anderen zeide Hij voor mijn oren: Gaat door, door de stad
achter hem, en slaat, ulieder oog verschone niet, en spaart niet!
Doodt ouden, jongelingen en maagden, en kinderkens en vrouwen, tot verdervens
toe; |
Conclusie: de bijbelse God is een genadeloze bruut die complete
volkeren inclusief onschuldige kinderen laat opruimen omdat ze toevallig
in de weg zitten of omdat ze "gruwelen" zouden hebben begaan.
(Deuteronomium 20:18)
Klaarblijkelijk is de Heere,
overeenkomstig het bekende
spreekwoord
met de splinter en de balk, wel ontvankelijk voor gruwelen die
anderen plegen maar is Hij stekeblind voor de gruwelijkheden die hij Zelf
begaat.
Home
| Index |
Terug |
Volgende
|