|
Home
| Index |
Terug | Volgende
De Drie-eenheid
Volgens de leer van de drie-eenheid, het woord drie-eenheid komt
overigens nergens in de Bijbel
voor, zijn God en Jezus één maar dit is in strijd met diverse teksten
waarin God duidelijk aangeeft dat Hij enig en ongedeeld is:
God zelf zegt heel duidelijk dat er niemand meer dan Hij alleen is.
| (Deuteronomium 4:35) U is het
getoond, opdat gij wetet, dat de HEERE die God is; er is niemand meer
dan Hij alleen! |
| (2 Samuel 7:22) Daarom
zijt Gij groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen
God dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord
hebben. |
| (Deuteronomium 4:39) Zo zult
gij heden weten, en in uw hart hervatten, dat de HEERE die God is, boven
in den hemel, en onder op de aarde, niemand meer! |
| (Deuteronomium 6:4) Hoor,
Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE |
| (Jesaja 45:5) Ik ben de
HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; |
| (1 Samuel 2:2)
Er is niemand
heilig, gelijk de HEERE; |
| (1
Koningen 8:60) Opdat alle
volken der aarde weten, dat de HEERE die God is, niemand meer; |
| (Marcus 12:29) En
Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel! de
Heere, onze God, is een enig Heere. |
Jezus zegt dat Hij niet één is met God.
| (Mattheus
19:17) En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed
dan Een, namelijk God. |
| (Mattheus
27:46) En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem
zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom
hebt Gij Mij verlaten! |
| (Johannes
5:30) Ik kan van Mijzelven niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik,
en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar den
wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft. |
| (Johannes
14:28) Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom
weder tot u. Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat
Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan
Ik. |
| (Johannes 20:17) Jezus
zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot
Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot
Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God. |
| (Johannes 6:38)
Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen,
maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. |
| (Johannes 7:16) Jezus
antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die
Mij gezonden heeft. |
| (Math
20:23).............. maar het zitten tot Mijn rechter-, en tot Mijn
linker hand, staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden
dien het bereid is van Mijn Vader. |
| (1 Petrus
3:22) Welke is aan de rechter hand Gods, opgevaren ten hemel,....... |
Als Jezus God is, hoe kan Hij dan wijzer worden bij het
opgroeien en door wie of wat verkreeg Hij deze wijsheid.
| (Lukas 2:52) En Jezus nam
toe in wijsheid, en in grootte, en in genade bij God en de
mensen. |
Johannes maakt er een Zes-eenheid van.
| (1 Johannes 5:7-8)
Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de
Heilige Geest; en deze Drie zijn Een. En drie zijn er, die
getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie
zijn tot een. |
Home
| Index |
Terug | Volgende
|