|
Home
| Index |
Terug | Volgende
Contradicties 1 - 10
1. Kan een mens zijn Gods aangezicht aanschouwen zonder
te sterven?
| Waar |
Onwaar |
|
(Exodus 33:20) Hij zeide
verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen
mens zien, en leven. |
(Exodus 24:9-11) Mozes nu en Aaron klommen opwaarts, ook
Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel. En zij zagen den
God van Israel, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en
als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid. Doch Hij strekte Zijn
hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israels; maar zij aten en
dronken, nadat zij God gezien hadden.
(Genesis 32:30) 30 En Jakob noemde den naam dier plaats
Pniel:
Want, zeide hij ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn
ziel is gered geweest. |
| Mozes neemt
maar liefst meer dan zeventig mensen mee de berg op die allen zonder verdere
gevolgen God mogen aanschouwen en Jacob sterft ook niet als hij God ziet. |
2. Gij zult u geen gesneden beeld
maken?
| God verbiedt |
God gebiedt |
|
(Exodus
20:4) Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken,
van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de
aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. |
(Numeri
21:8) En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en
stel ze op een stang;
(Exodus 25:18) Gij zult ook
twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken,
uit de beide einden des verzoendeksels.
(1 Koningen 7:36) Hij sneed
nu op de platen van haar handhaven, en op haar lijsten, cherubs,
leeuwen, en palmbomen, naar elks ledige plaats, en bijvoegselen
rondom. |
3. Zullen de volgelingen van
Jezus worden vervolgt?
| Nee |
Ja |
|
(Spreuken
16:7) Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn
vijanden met hem bevredigen. |
(2
Timotheus 3:12) En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus
Jezus, die zullen vervolgd worden. |
4. Zal de aarde eeuwig bestaan of zal zij
vergaan?
| Eeuwig bestaan |
Vergaan |
|
(Psalm
104:5) Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal
nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.
(Prediker 1:4) Het ene geslacht
gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der
eeuwigheid. |
(Lukas
21:33) De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden
zullen geenszins voorbijgaan.
(2 Petrus 3:10) Maar de dag
des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de
hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen
branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin
zijn, zullen verbranden. |
5. Hoe komt koning Saul aan zijn eind?
| Zelfmoord |
Amalekiet |
|
(1
Samuel 31:4) Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard
uit, en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen
niet komen, en mij doorsteken, en met mij den spot drijven. Maar
zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul
het zwaard, en viel daarin. |
(2
Samuel 1:8-10) En hij zeide tot mij: Wie zijt gij? En ik zeide tot
hem: Ik ben een Amalekiet. Toen zeide hij tot mij: Sta toch bij
mij, en dood mij; want deze malienkolder heeft mij opgehouden;
want mijn leven is nog gans in mij. Zo stond ik bij hem, en doodde
hem; |
6. Waar en met wie haalt David de
toonbroden?
| Bij Achimelech en alleen |
Bij Abjathar met anderen |
|
(1
Samuel 21:1) Toen kwam David te Nob, tot den priester Achimelech;
en Achimelech kwam bevende David tegemoet, en hij zeide tot hem:
Waarom zijt gij alleen, en geen man
met u? |
(Marcus
2:25-26) En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David
gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die
met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van
Abjathar, den hogepriester, en de
toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan
den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die
met hem waren? |
7. Brengt God verwarring?
| Geen verwarring |
Wel Verwarring |
|
(1
Korinthiërs 14:33) Want God is geen God van verwarring, maar van
vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen. |
(Jesaja
22:5) Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van
verwarring van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het dal
des gezichts, een dag van ontmuring des muurs, en van geschreeuw
naar het gebergte toe. |
8. Stierf Judas door zichzelf te
verwurgen of door een val?
| Verwurging |
Val |
|
(Mattheus
27:5) En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had,
vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven. |
(Handelingen
1:18) Deze dan heeft verworven een akker, door het loon der
ongerechtigheid, en voorwaarts overgevallen zijnde, is midden
opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort. |
9. Stierf koning Josia te Megiddo of
Jeruzalem?.
| Megiddo |
Jeruzalem |
|
(2
Koningen 23:29) In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte,
op tegen den koning van Assyrie, naar de rivier Frath; en de
koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo,
als hij hem gezien had. |
(2 Kronieken 35:24)
En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op
den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem;
en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner
vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia. |
10. Niemand is rechtvaardig?.
| Waar |
Onwaar |
|
(Romeinen
3:10) Gelijk geschreven is: Er is niemand
rechtvaardig, ook niet een; |
(Lucas
1: 5-6) In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een
zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en
zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet. En
zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de
geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
(Genesis 7:1) Daarna zeide de HEERE tot Noach:
Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb
Ik gezien rechtvaardig voor Mijn
aangezicht in dit geslacht. |
Home
| Index |
Terug |
Volgende
|