De Heuvels van Zuid-Limburg zijn in werkelijkheid
plateaus die van elkaar gescheiden worden door dalen en tal van beken en riviertjes
, die zich in de plateaus ingesneden hebben. De hellingen zijn dus ontstaan door
erosie van regen- en hemelwater. Het Maasdal en Geuldal zijn het grootst. Je fietst
dus niet heuvels omhoog (of omlaag) maar dalen in en uit.
Limburg, en met name Zuid-Limburg, kent een complexe geschiedenis. De eerste
bewoners van wat nu Nederland heet hebben hun schreden in Zuid-Limburg gezet.
Dit was in het neolithicum, ca. 6000 jaar geleden. Limburg maakte in de Romeinse
tijd deel uit van Germania Inferior. Het behoorde ook aan Civitas Tongeren,
werd twistpunt tussen Duitse keizers en Franse koningen en was deel van Lotharingen.
Delen van de huidige provincie behoorden tot de hertogen, graven en heren van
Gelder en Gulik, van het prins-bisdom Luik en Loon, van Valkenburg en 's
Hertogenrade en vele andere kleine heerlijkheden. De Franse overheersing leidde
tot de departementen Nedermaas en Roer.
Als het aan de inwoners had gelegen was de eenheid tussen Belgisch en Nederlands
Limburg in 1839 niet verloren gegaan en had het Nederlandse deel nu bij België
gehoord. Het verlies van Luxenburg voor Nederland werd gecompenseerd door het
huidige Nederlands-Limburg.
In Limburg en met name Zuid-Limburg zijn er vele dialecten. Deze verschillen van
plaats tot plaats en soms van wijk tot wijk. Het Limburgs is niet als taal erkent
maar de dialecten hebben in Europees verband wel een status gekregen. De gemiddelde
Limburger spreekt zijn dialect(en), heeft geen moeite met het (neder)Duits en
spreekt Nederlands met een zachte G. Overigens: er is berekend dat de Limburger
26 verschillende manieren heeft om 'nee' te zeggen. Voor buitenstaanders dus soms
moeilijk om zijn/haar denktrant te volgen.
De aard van de Limburger is vriendelijk en beleefd. Maar wat zijn Limburgers? Tot
begin van deze eeuwisseling was Limburg een dun bevolkt agrarisch gebied. Met de komst
van de mijnindustrie zijn er vele gastarbeiders gekomen. In het begin uit Zuid-Europeese
landen (Italië en Spanje), daarna uit alle Oost-Europeese landen van noord tot zuid
en vervolgens uit vele landen grenzend aan de Middellandse zee tussen Turkije en Marrokko.
Zelf ben ik van moeders-zijde een echte autochtoon en van vaders-zijde 'slechts' een
3e generatie Limburger.
Als streek is Zuid-Limburg te verdelen in het Maasdal, de Mijnsteek en het Heuvelland.
Het Maasdal loopt van het zuid-westen naar het noord-westen en is redelijk vlak. Maar
ook hier zijn aan de oostzijde van dit Maasdal leuke hellingen te vinden.
De Mijnstreek loopt ten noorden en ten zuiden van de lijn Geleen-Heerlen. Het is
de Westelijke en Oostelijke Mijnstreek. Van het eind van de vorige eeuw tot de
jaren 70 van deze eeuw waren hier vele steenkolenmijnen met aanverwante industrieën.
Veel zichtbaars hiervan is vervaagd. Hier en daar zijn nog steenbergen (afvalproduct
van de afgravingen) te zien. Op diverse steenbergen zijn woonwijken verrezen.
Voor fietsers en touristen het meest interessante gebied is het Heuvelland. Dit
is in de driehoek Vaals, Maastricht, Simpelveld. Met name het Geuldal biedt bijzonder
mooie hellingen.