4 daagse

Motorreis

naar
Denemarken

 

 

Dag 1 (24 mei 2001)

Al heel vroeg in de ochtend op hemelvaartsdag verzamelden zich een slordige 11 motoren en 11 motorrijders bij het tankstation van Vlieghuis in Gieten. Een voor een werden de motors geparkeerd en hier en daar werden er wat handen met de al aanwezige motorrijders geschud. Iedereen was al aardig vrolijk en de sfeer zat er al ras goed in. De eerste grappen rolden reeds van de tongriem en op den duur was de in Gieten opstappende club compleet. De groep bestond tot zover uit: Evert, Warmold, Piet R en Piet H, Harry, Vivian, Albert en Mirten, Hans, Wim en Arjan. Wij klommen op de zadels van onze ijzeren rossen om een aanvang te maken met de lange tocht naar Denemarken. Een harmonie van geluid weerklonk bij het aannemen van de eerste formatie, die tevens de vaste van de trip zou worden.

Wij reden ietwat richting het oosten en stopten ergens bij een tankstation, waar zich nog twee bijkomende motorrijders bij ons zouden voegen. Het waren Geert en Alfred. Opvallend was meteen de klassieke schoonheid van Alfred's oude Moto Guzzi, die die reis nog dikwijls in de belangstelling viel. Ook deze twee rijders kregen een vaste plek in de formatie en wederom werd er verder gereden.

Bij Nieuweschans gingen we de grens over. Bijna de rest van de dag werd er door Duitsland gereden. Al gauw waren er wat schroefjes losgerammeld zoals het schroefje van Hans' zonnenbril en het schroefje van de richtingaanwijzing van Piet R. Het mocht de pret niet drukken; we waren op weg naar Kolding. Af en toe stopten we die dag bij de tankstations om even bij te komen en de tanken weer vol te gooien. De tank van de enige chopper in ons midden was nog het kleinst: een maal in de 160 kilometer moest er even getankt worden.

Erg leuk die dag waren wel de pontjes die we tegenkwamen en ons naar de overkant moesten brengen. De eerste overbrugde maar een klein stukje water en was bij Dedesdorf. De tweede bracht ons niet veel later over de Elbe. Dit was in de buurt van Wischhafen. Het was er een drukte van jewelste. Er stond zeker een kilometer aan auto's te wachten tot zij de boot op konden. De man met de "pannenkoek" die de boel regelde gaf ons echter aan maar gewoon door te rijden, zodat wij aardig vooraan in de rij terechtkwamen. Dit tot ongenoegen van sommige mensen, die al uren in de rij stonden te wachten met hun auto's. Maar wij hadden nu eenmaal nog een aardig stuk te rijden en geen tijd om hier al te lang in de rij te staan.

Twee aan twee werden de motors op het pontje gestald. Het uitzicht was prachtig en de lucht was nog net zo blauw als het moment dat wij uit Gieten vertrokken. Deze twee overtocht duurde ongeveer een half uurtje en was zeker de moeite waard. Halverwege was de Pan van Wim omver gevallen, ware het niet dat Albert toevallig in de buurt was en de motor heldhaftig opving. Een gelukje bij een bijna ongelukje.

Ergens in Duitsland hebben we toen even wat gegeten. We stopten bij een Schnellrestaurant. Snel bestelden we wat te eten en te drinken en al snel werd het eten ons een uur later gebracht. Toch was het lekker om daar even te zitten. De zon scheen heerlijk en wat glazen ruiten schermden het terras af van de af en toe nog wel koude wind. Evert had ondertussen met zijn nieuwe digitale camera een stuk of 50 foto's van de binnenkant van zijn topkoffer gemaakt.

We maakten tijdens het eten nog even een vergelijking tussen de bockwurst en de bratwurst. Voor zij, die nog niet weten wat het verschil is: de bockwurst is een lange bleke knakworst en de bratwurst een korte dikkere, die er bovendien een stuk smakelijker uitziet. Na deze toch wat lang uitgelopen lunch sprongen wij weer op de machines en we gingen weer verder. We kwamen voorbij Brunsbuttel, Heide en Hussum. Bij Tonder passeerden wij de grens en kwamen wij eindelijk in het heerlijk rustige Denemarken. Op zo'n beetje de eerste rotonde stond Kolding al aangegeven. Een paar motoren toeterden en gaven hun richting aan. Het reisschema werd die dag echter strak aangebouden en we volgden de op het papier staande route richting Ribe.

Na Ribe reden wij richting ons eindpunt van die dag. Eenmaal in Kolding aangekomen was het nog niet zo eenvoudig het hotel te vinden. Na een paar keer gevraagd te hebben reden wij een weg in, die afgezet was vanwege een festival of iets dergelijks. Daar aan die weg vonden wij ons hotel Tre Roser. Wij parkeerden de motoren op het prive-parkeerterrein van het hotel en zochten onze kamers op. Even later hingen wij in de bar achter onze welverdiende 12 gulden kostende potten bier.

Hotel Tre Roser was een vreemd in elkaar zittend hotel. Het was niet een complex in de hoogte, maar een doolhof aan gangetjes en kamers zonder dat er echt sprake was van een overloop of een "binnenzijn." De deuren van de hotelkamers waren min of meer alleen van buiten te betreden. Wel was er een centrale bar en een restaurant met een te laag plafond, waar je daar constant de indruk kreeg dat je moest bukken. De kamers zelf waren knus en zoals hotelkamers zijn moesten. Sommigen van ons hadden echter wel een beetje een te kleine douche en de meeste douches lekten ook als de ziekte.

De kamers waren reeds betaald. Het eten moest nog geregeld worden. Deze eerste dag werden we door de bediening gevraagd of we mee wilden eten van het buffet. Natuurlijk wilden we dat, want we waren uitgehongerd. We gingen zitten aan drie tafels en we hebben daar nog vaak gezeten. Na het eten spraken we af om kwart over 10 om de stad in de gaan. De helft van de groep (waaronder ook ondergetekende) ging daarvoor al even de benen strekken en de afspraak met de andere helft van de groep ging niet helemaal door, omdat we al neer waren gestreken in de kroeg van Kolding.

Al rap kwamen er wat lokale vrouwen nieuwsgierig poolshoogte nemen bij de indrukwekkende groep vreemden, die daar aan de bar zaten. Evert en Warmold raakten druk aan de praat met Catharina, die alleen het Nederlandse woordje Utrecht uit kon brengen. Daarna kregen we allemaal van haar nog even een lesje Deens, omdat wij de naam van het hotel niet goed konden zeggen. Tre Roser moest ongeveer uitgesproken worden als The-Rhozuh. We waren even later blij dat ze verder gewaggeld was. Nog wat later gingen wij weer de straat op.

Wat opviel was dat heel Kolding compleet bezopen leek te zijn. Iedereen dronk op straat en mensen lagen te slapen in portieken. Het zal iets met het festival te maken hebben gehad, want het was deze avond wel heel extreem. Misschien hadden ze ook wel een hemelvaartsdag of zo. Bovendien viel op, dat het aantal kroegen iets tegen viel.

De jongens die niet in de kroeg waren geweest hadden nog wel een andere bar aangedaan, maar daar was ook weinig te beleven. Natuurlijk waren er wel dancings en andere grappen, waar entree van ongeveer 60 piek betaald moest worden. Daar hadden wij uiteraard geen zin in. Het was een zeer gezellige en leuke dag geweest en na de 500 kilometers nam de behoefte aan een warm bed al snel de overhand en zo lagen wij ongeveer om een uurtje of 12 al in onze koffers.

Dag 2 (25 mei 2001)

Al bukkend liepen wij naar het ontbijt, dat onder andere bestond uit lekkere broodjes, eieren, allerlei soorten broodbeleg, melk, jus 'd orange, thee en natuurlijk koffie. Aan dezelfde drie tafels als gisteravond zat nu het gezelschap. Vandaag zou de tocht uit een grote cirkel noordwaarts bestaan. Het beloofde weer een mooie dag te worden, want de zon scheen alweer door het glazen ruitendak van het restaurant. Vivian had zijn "bruine hond" van vanmorgen in de wc-pot laten liggen, want er had niet genoeg water in het reservoir gezeten. Voor het probleem werden natuurlijk al heel snel wat oplossingen bedacht, zoals een emmer water over de bruine te spoelen of een vorkje van het ontbijt mee te nemen zodat het gevaarte even geprakt kon worden. Ook zagen sommigen in de stevige bruine een mogelijke vervanging voor de bedpoot, die ondertussen gebroken was tijdens een klein stoeipartijtje.

Even later was het weer een lawaai van jewelste op de parkeerplaats van het hotel. De motoren loeiden weer en we zullen menig nog slapende hotelgast ongetwijfeld gewekt hebben. We hadden een wat chaotische start en lagen meteen al een uur of wat achter op schema. Het eerste stuk was bijna pal west richting Esjberg. We besloten het maar af te leggen via de snelweg. Zo gezegd, zo gedaan.

Daarna vlogen we noordwaarts richting Ringkobing door prachtige stukken landschap met af en toe links en recht niets dan water. Vooral op deze stukken ondanks de alweer volop schijnende zon voelde de wind nogal koud aan. In de buurt van Ringkobing aangekomen gingen we na even slingeren naar het oosten langs grotere plaatsten als Videbaek en Herning richting Arhus. Deze weg was aardig recht met af en toe wat heuveltjes erin. Bij Silkeborg werd het wederom prachtig en meer heuvelig. Hier leefden wij ons heerlijk uit door met een knappe snelheid door het bochtige landschap te manoeuvreren. Daarna was het weer aardig zuid richting Kolding.

Wij stopten ergens bij een viswinkel, waar alle 13 rijders verdwaasd rondliepen, totdat de vrouw achter de counter ons door had en ons vertelde dat net om de hoek een zelfbedieningsrestaurant was. Hongerig pakten wij daar aangekomen een dienblad. Sommigen gingen voor een hotdog en sommigen gingen voor een heerlijk visje met wat van die dikke flaamse frietjes erbij. De viseters deden er natuurlijk veel langer over dan de snellere hotdogkauwers, dus de laatstgenoemden waren al heerlijk buiten gaan zitten in de zon.

Bij het opstijgen viel de helm van Robocop Klinkhamer op. Er zat een knopje aan de rechterkant van de helm, dat achter het normale vizier een tweede vizier activeerde. Dit laatste vizier diende ter zonnewering en had dus dezelfde werking als een doodnormale zonnebril. Voor sommigen van ons voor wie dit nieuw was, kwam dit als een complete verrassing. Guzzi Alfred zat ondertussen met een brandende sigaret in zijn mond even wat olie bij te vullen. Zijn oldtimer was toch wat olie gaan gebruiken na al die jaren trouwe dienst.

De tocht ging verder door een opmerkelijk landschap. Het leek iets moerassig te zijn en het was ontzettend vlak. Een koude wind had er ondertussen voor gezorgd dat Wim zijn stem kwijtraakte. Wij kwamen nog dwars door een klein stadje, waar iedereen ons wederom met bewondering bekeek.

Na Silkeborg en omstreken even bekeken te hebben stuurden wij zuid richting Kolding. Wederom bevonden wij ons even later na deze ongeveer 500 kilometer durende tocht ietwat afgepeigerd in de bar. De dag ervoor moesten wij de tafels al reserveren voor het diner. Warmold had dat keurig geregeld en had voor ons allemaal een schnitzel en als voorgerecht een koppie soep besteld. We kregen wederom ijs na. Afgezien van het feit dat het ijs net als de dag ervoor iets van ingevroren Bavarois had, smaakte het een ieder best.

Na een paar biertjes belanden wij uiteindelijk allemaal weer in de kroeg van Kolding. De bediening was deze keer iets vriendelijker dan de bediening van de dag ervoor en bestond uit twee vrouwelijke bartenderesjes die nergens bang voor waren. We namen weer plaats aan de bar en net als de vorige avond werd er weer een rekeningetje geopend.

De stamkroeg in Kolding had veel weg van een zeeman-cafe. Ongure typjes zaten daar zich dan vol te kegelen met alcohol. Vreemd, want als je echt dronken wilde worden zoals zij al waren, zou je dat een fortuin moeten kosten door de relatief hoge drankprijzen in Denemarken. De avond was wederom een hele belevenis. Helemaal in de hoek zat een hoerig typje en toen zij zag dat de wat oudere mannen van het team door het overmatige biergebruik van de vorige dag overgingen op wijn begon ze wat luitjes uit te maken voor lafaards. Al gauw werd ze vergeleken met de plakkerigheid van een twee dagen oude tosti. En zie die maar weer eens van elkaar af te krijgen.

Even later kregen twee lokale zeemannen ruzie met elkaar en het had maar niets gescheeld of het hele café had op de kop gestaan. Gelukkig wisten de twee goed uitziende bedieningsmeisjes de ruzie vroegtijdig de kop in de drukken. Hierbij werden ze geholpen door onze tosti, die een van de dronken mannen opraapte en ermee ging dansen. Daardoor werd hij even afgeleid (hij zal wel van tosti’s houden) en hield de ruzie even op. Piet R. was zich al aan het opwarmen voor het geval de dronken kerels ook maar een vinger naar de barmeiden zouden uitsteken, maar hij hoefde niet in actie te komen. Achter hem pleurde even tussen door een derde dronkelap zonder enige aanleiding op de grond.

Het liep allemaal af met een sisser. Piet de Kapper moest nog even dansen met onze tosti. De dans ging het hele café door. Je moest bij haar trouwens uitkijken wat je zei, want die Denen snappen veel dingen als je ze gewoon in Nederlands zegt. Het werd ondertussen later en later. Sommigen van ons gingen al weer naar hun bedden toe en sommigen van ons dronken er nog eentje op. Op de terugweg deden de hongerigen onder ons nog even de all-night geopende hotdogtent aan. Wij hadden ons reeds verheugd om deze vakantie eens een echte Deense Hotdog te proeven, die tot de besten van de wereld zouden behoren. Sommigen hadden dat genot reeds deze middag ervaren. Deze hotdogtent, in tegenstelling tot het restaurant van vanmiddag, verkocht alleen maar Franse hotdogs.

Teruggekomen dronk de overgebleven groep op de kamer van Vivian en Albert nog een biertje. De andere die-hards van die avond waren Hans, Piet de Kapper, Guzzi Alfred en ikzelf. Ze hadden een tas vol met bier meegenomen en het leek er niet op, dat ze het ooit op zouden krijgen. Zoals gezegd was tijdens een klein stoeipartijtje eerder een poot van een van beide bedden afgebroken. Ter ondersteuning stond daar nu een 5 liter vaatje bier uit Holland onder. Het paste als een bus en het bed leek volledig waterpas te staan. Albert belde nog even om half 3 naar Nederland en om een uurtje of drie ging de laatsten slapen. Om een uurtje of 7 ging de wekker alweer.

Dag 3 (26 mei 2001)

Ietwat brak schoven wij aan het ontbijt door het korte nachtje, dat ons nog restte na het late slapengaan. Gelukkig stonden de koffiekannen reeds op tafel en was het ontbijt weer dik voor elkaar. Voor vandaag stond het eiland Fyn op het programma. Eerst ging de toch richting de grote stad Odense, het hart van het eiland. Dit was al een vrij lange rit en er werd die morgen stevig doorgereden omdat het toch wat verder rijden was dan gepland. Net als de meeste voorgaande kilometers reed Warmold the Boyscout voorop. Het padvinden ging hem wederom goed af.

Op een gegeven moment meende Warmold een grindweg naar een strandje gevonden te hebben maar zoals het bord aan het begin van die weg al aangaf liep die weg zo dood als een pier. Het was de eerste van vele zandweggetjes die dag en 13 motoren stoven eroverheen met laaghangende zandwolken vlak boven de grond tot gevolg. Aan het einde van de weg stopten we even en even later gingen we uiteraard dezelfde stofweg weer terug.

Af en toe moesten er even wat vliegen en andere dode beestjes van de viziertjes geveegd worden en aangezien de meeste helmen nu niet meteen een automatische ruitenwisser bezaten, toverde Wim af en toe even zijn Glassex uit zijn koffertje. Deze fles bezat een moeilijk opening, die waarschijnlijk zo moeilijk gemaakt is ter bescherming van kleine kinderen. Reeds twee dagen eerder boog de complete groep zich over de "handige" sluiting en alleen Piet de Kapper kreeg de Glassexfles aan het spuiten.

De rijders ging op alle vier dagen af en toe even een voor een dan even bij Wim langs en de Glassex werd dan op de viziers gespoten en met behulp van een zeer handig blauw doekje werden dan de stoffelijke overschotten rigoureus verwijderd. Dit ging bij Mirten echter een keer mis, omdat hij vergeten was voor het spuiten zijn vizier dicht te doen. Hij kreeg de volle laag in zijn gezicht kreeg.

De eerste echte stop was om een uurtje of 12 aan de rand van Odense, waar de Denen een megawinkelcentrum in elkaar getimmerd hadden. Hier voegden wij de koffie samen met de lunch. Sommigen gingen dan ook voor koffie met appeltaart en anderen sloegen dat over en gingen voor een BBQ burger met van alles erop en eraan. Wederom verbaasden wij ons collectief over de schoonheid van de Deense deernen. We zaten namelijk op een terras en zo af en toe liep er aardig wat langs. Ook het bedienstertje kwam uiterst charmant over. Of dat het gevolg was van haar fraaie tongpiercing was een daarop volgende discussie.

Verder ging de reis weer en ik denk dat we bijna het hele eiland wel gezien hebben. Zoals het ’s morgens al leek, bleef het de hele dag prachtig weer. Van de geplande route werd hier en daar afgeweken. Improviserend zocht Warmold de mooiste stukjes weg voor ons uit en wij volgenden trouw.

Wij stopten nog ergens aan de kust, waar een hand vol van de Deense bevolking aanwezig was. Caravans en auto's stonden daar geparkeerd op het gras, slechts een tiental meters verwijderd van de zee. Hier waren ze aan het vissen. Zwemmen was nochtans niet mogelijk; het water was ondanks het lekkere warme weer die dag natuurlijk nog lang niet op zwemtemperatuur. Na wegrijden over het zandweggetje waarover wij gekomen waren, werden er bij het bereiken van het vaste asfalt zowel door Hans als Warmold wat actiefoto’s van de club gemaakt.

Daarna ging het weer even verder. De tankstations onderweg boden even de mogelijkheid onze benen te strekken. Even een ijsje, een blikje cola of een sigaretje. Verder gaf Hans ons die dag even een kleine Burnout demonstratie, dat een mooie blauwe rookwolk tot gevolg had. Af en toe werd er tijdens die stops even overlegd waar de rit verder langs zou moeten gaan. Als wij dan allemaal waren bijgekomen van onze zadelpijnen en stijfheden, dan konden we weer een paar uur door.

Tijdens de rit viel op dat, afgezien van een onvriendelijke gozer met een aanhanger achter zijn auto en zijn hand uit zijn raampje met zijn middelvinger omhoog, de gehele Deense bevolking ons erg vriendelijk bejegende. Mensen keken ons na, zwaaiden naar ons en sommige auto’s voor ons op bepaalde weggetjes stopten even aan de zijkant van de rijbaan om ons even door te laten. Het is bovendien een vrij groot land en met een zeven miljoen inwoners daar wonend kan gezegd worden dat het ook een erg rustig land is. Verder is het net als in Duitsland een genot om er te rijden. Als men namelijk een paar kilometer te hard rijdt, behoeft men zich niet al te veel zorgen te maken; flitspalen hebben we niet gezien.

Ergens halverwege een klein weggetje trapte Warmold nog even hard op de remmen, om nog even rechts bij een meertje te kijken. Het ontketende bijna een kettingbotsing, maar het was het dubbel en dwars waard. Een prachtig meer lag voor ons en het water was nog vrij helder ook. Hier en daar zaten wat mensen wederom te vissen. Albert en Vivian smeten elkaar nog bijna in het water, maar in plaats van nat te worden werd het voor beide even zandhappen. Het werd compleet duidelijk hoe deze twee de poot van hun bed een paar dagen ervoor gebroken kregen.

Het werd al laat en we keerden na een heerlijke toerrit, die ook grotendeels verder langs de kust ging, weer Koldingwaarts. Het laatste stuk gingen we over de snelweg. Hier trokken de snelle jongens de VFR's, de Kawa's en andere snelle monsters even heerlijk los. Los van de formatie reed iedereen over de prachtige hoge brug dat Fyn verbond met het overige vasteland van Denemarken. Iets later dan gebruikelijk bevonden wij ons wederom in onze bar, die verder vaak verlaten was.

Die avond ging was er wederom een buffet in het te lage restaurant en toen wij wederom plaatsnamen aan onze vaste tafel werden wij ietwat gestoord door de bediening, die niet op ons gerekend had. Toch was er genoeg voor een ieder en konden wij blijven eten. Zoals al gewoon geworden was mochten wij weer voor ieder biertje op het gebruikelijke rekeningpapiertje onze handtekening zetten. Dit leidde tot menig irritatie. Omdat wij al laat aanschoven was het meeste eten al op en bij de re-fills waren niet de beloofde spareribbs. De rest van het eten was wel redelijk te pruimen, maar een en ander had wel beter gekund.

Wij belanden wederom in de kroeg van Kolding, waar Warmold zijn trommelkunsten uit de tijd dat hij nog in de band "The Kicks" speelde even aan de hand van de rockmuziek uit de jukebox op de bar demonstreerde. De bedienster van de eerste dag was er wederom. We gingen er zitten er dronken er nog drie biertjes of wijntjes. Toen wij op het punt stonden om weg te gaan kwamen Mirten, Vivian, Hans en Albert nog binnen. We waren toch allemaal vermoeid en hoe graag Vivian ook wilde dat we bleven, we gingen afgepeigerd dat we waren toch maar naar "The-Rhozuh." Het was weer een prachtige dag geweest.

Dag 4 (27 mei 2001)

Het was inpakken geblazen. De dag van vertrek was alweer daar. De tassen werden opgeknoopt en de top- en zijkoffers werden gevuld. Daarna was het nog even ontbijten en betalen (of omgekeerd) en dan was zouden we weer op weg gaan naar Nederland. Er miste ineens een stuk muur in het restaurant er de zaal was er een keer zo groot door geworden. Er bestond enige onenigheid over het bedrag van de laatste maaltijd. Iedereen had uiteraard die dag ervoor getekend, maar waarschijnlijk was het bedrag twee maal in de computer terechtgekomen en zo moest iedereen ogenschijnlijk een dubbel bedrag betalen bij het afrekenen. Vice-voorzitter Wim probeerde de zaak nog glad te strijken bij "Hassan" de barjongen van die avond ervoor, maar tevergeefs. Iedereen was nu echt flauw van het hotel. Snel klommen we in het zadel en richten wij onze sturen zuidwaarts.

Het was een snelweg dag. We besloten geen gebruik te maken dan de veerpontjes in Duitsland, omdat er dan het risico bestond dat er dan deze keer wel vrij lang gewacht had moeten worden. Na de ochtendtank in Denemarken waren we al vrij snel de grens weer over. In een tankstationnetje dronken wij nog een hele grote kop koffie. Catcher Geert had nogal wat vliegjes tegen zijn jas gekregen en daarom kreeg nog wat tips over het verwijderen van het "gevangene." Net op dat moment liet hij zijn zonnenbril vallen en ving ook die zonder enig probleem op.

Even verder was er nog een kleine stop bij een parkeerplaats langs de snelweg. Hier verzamelde de groep zich wederom om de Guzzi heen . Mirten keek eens goed en merkte op dat het luchtfilter er helemaal los bij hing. Het was nog een geluk, dat het er niet afgevallen was. Zonder een woord te zeggen reikte "Guzzi" Alfred in zijn binnenzak en haalde daar een touwtje uit, dat hij vervolgens met de grootste zorgvuldigheid om het filtertje heen bond. Dit loste het probleem op en we konden weer verder.

We reden over Hamburg en het beruchte Bremer-Kreuz.Hier ergens deden wij een Mac Donalds aan om onszelf even weer bij te tanken. Tijdens de patat werd er even geschokt naar buiten gekeken. Het was woensdag en het was al enigszins bekend dat het op zondagmiddag kon gaan regenen. Voor een keer hadden de weermannen die dat voorspelden al vroegtijdig gelijk.

Buitengekomen trok menig motorrijder zijn regenkledij aan. Verder ging het weer, maar nu langzamer dan voorheen. "Kick" Warmold reed voorop en speelde wederom succesvol voor padvinder. De regen had de snelweg glad gemaakt, doordat het al dagen niet geregend had. We ontvingen aardig wat water. Voor mij reed "The Barehanded" Piet R.die meteen de eerste dag bij de aankomst in Gieten tot de conclusie kwam dat hij zijn handschoenen vergeten was. Aangezien de aan hem ter bruikleen aangeboden handschoenen niet pasten, heeft hij de complete 2000 kilometer met blote handen afgelegd. Het zal wel koud zijn geweest zo tijdens de eerste echte bui van de reis.

Bij Nieuwegein vlogen we na wat uurtjes de grens over. Even later namen wij op een ongelukkige plaats afscheid bij een snelwegafrit, waar een handvol motorrijders richting Groningen zouden gaan en de rest de weg richting Gieten zou vervolgen. De handen werden geschud en de tocht was voorbij.

We mogen dezelfde handen dichtknijpen dat we geen technische mankementen, lekke banden of andersoortige pech hebben gehad. De rit was zeer voorspoedig verlopen en constant hebben wij keurig in formatie gereden. De weg werd nu weer bekend terrein en wij kwamen allemaal weer thuis met beide benen weer stevig op de grond. We waren weer terug in het dagelijkse leven. Het was weer gedaan met de vrijheid, de grappen en de grollen, het rijden en het rollen. Het was zeker een reis, die niet snel vergeten zal worden.

 



EasyRider, 1-6-2001
achtergrondmuziek: Faded Love