Het erf van Suriname
uit een donkere hoek
van een droom
nog steeds de roep
van het erf
in Suriname
vanuit de oever van mijn geest
zie ik haar rustig en stil
wenken naar mij
het erf van Suriname
smekend zegt ze
kom mij toch besproeien
in de middag
met water uit de rivier
opengebarsten de grond
door de droogte
strooi maïskorrels
op me
zodat de kippen en hanen
weer voedsel oppikken
van mij
de dunne pootjes
van de kuikens
mijn lichaam masseren
en een beetje kietelen
spreid struiken
van de fleskalebas
op mijn borst
van jamoenbomen¹
en kousebandstokken
omhein me
met Chinese rozen
plant ook een rode en witte jhandi²
op het voorerf
al ga je weer weg
maar tuig me nog één keer weer op
ik zal op je wachten
nog dertig jaar lang
wanneer keer je terug
uit Holland, Raju
om te spelen op mijn schoot
in de regen