Het zinneloze zeilen |
Het mooie kotsende meisje |
Prachtige ogen |
Ex-schrijver |
De man die werk vond |
Ex-minnaar |
Heden ben ik nuchter |
Ex-drummer |
Zijn er kanalen in Aalst? |
Het oude nieuws van deze tijden |
De geschiedenis van de Vlaamse letterkunde |
Kou van jou (bundeling van ...) |
Iedere zondag sterven en doodgaan in de week |
De terugkeer van Bonanza |
Dagboek van een vermoeide egoïst |
Vrouwen met een IQ |
De Canadese muur |
Autobiografie van iemand anders |
De geschiedenis van de wereldliteratuur |
Guggenheimer wast witter |
Vlucht voor mij |
Trilogie voor beginners |
In het openingsverhaal van deze bundel laat Herman Brusselmans zijn ik-figuur verklaren: "Tijdens deze busrit zette ik me ernstig aan het denken, omdat dit hoort bij een taak als schrijver: de werkelijkheid bedenken tijdens busritten om die naderhand te beschrijven, op onderhoudende boeiende interessante vermakelijke feeërieke wijze."
De vier verhalen in Het zinneloze zeilen laten een 'werkelijkheid' zien waarin de waanzin en de willekeur als het ware tot thema geworden zijn. Brusselmans confronteert zijn personages -en zijn lezers- met een onstuitbare opeenvolging van tragi-komische, hilarische en absurdistische situaties, waarin pogingen om 'normaal' te functioneren steeds duidelijker tot mislukken gedoemd zijn.
'De wereld bestaat voor 99% uit perverten... en dat andere ene % is ook niet goed snik.'
Dit is een van de levensopvattingen van Julius Cramp, en hij heeft er nog een heleboel meer in petto. Cramp is een literatuurstudent die niet kan onthouden hoe je de naam van ierse dichters moet uitspreken en die professoren verwart met gentse dorpsgekken. Als hij z'n eentonig bestaan wil doorbreken zijn een studentenbetoging, een slordige militair en het beeld van het Droommeisje hem daarbij -misschien zonder dat hij het zelf beseft- bijzonder hulpzaam.
'De tegenstelling tussen de oppervlakkige branie en de innerlijke kwetsbaarheid is het voornaamste ingrediënt van deze meesterlijke tragi-komedie. Heden ben ik nuchter is werkelijk navrant. En zeer vermakelijk tegelijk. Een abonnement op Brusselmans' boekjes is sterk aanbevolen.'
'Een van de belangrijkste kwaliteiten van het boek is ongetwijfeld de humor, hoewel 'humor' een te bleek en neutraal woord is: er wordt gelachen om niet in huilen uit te barsten.'
'Wat een schrijver (...) onweerstaanbaar maakt is de bijna naïef te noemen manier, waarop hij zijn personages onverstoorbaar laat leuteren zonder dat het geheel onbenullig wordt.'
'Met een schaamteloos gekruide, onverwisselbaar persoonlijke stijl weet Brusselmans zijn vaste thema's, ditmaal zelfs in een bekend decor, toch weer tot een verrassend geheel om te vormen.'
De geschiedenis van de Vlaamse letterkunde behandelt de ontwikkeling van de zogenaamde 'Vlaamse Letterkunde' tussen 12 mei 1136 en 17 oktober 1984, en werd ook in deze periode geschreven, met name vooral gedurende de laatste drie maanden van dit tijdperk, als u begrijpt wat hiermee bedoelt wordt. Het boek werd echter pas voor het eerst gepubliceerd in 1988, toen Herman Brusselmans al lang een cultfiguur was in beide Vlaanders en Nederland. In de provincie Antwerpen ook, eigenlijk. Bij nader inzien zelfs in Limburg en een gedeelte van Brabant. Enfin, hoe dan ook reageerde de pers unaniem verdeeld, getuige volgende artikelen, of eerder fragmenten eruit:
'Dit soort geraas en gebral zou zelfs mijn eventuele 12-jarig zoontje op papier kunnen krijgen, maar helaas kan ik geen kinderen krijgen.' (M.R. in K.)
'Het boek een mijlpaal noemen zou overdreven zijn. Laten we het houden op een paal. Of nee, twéé palen. Inderdaad, het boek is twee palen. Verder leest het lekker weg. (J.N. in De S.)
'Naast Hugo Claus, Hubert Lampo, Tom Lanoye, Gerard Walschap, Monika van Paemel, Kamagurka en Mark Cassiman stond Herman Brusselmans eens te pissen in de lange toilettenrij in de Vooruit te Gent. Ondanks alles heeft hij echter een fantastisch boek geschreven!' (C.A. in Het V.)
'Geef ons Brusselmans! Geef ons Brusselmans!' (populaire kreet tijdens een volksopstand in de jaren '80)
Iedere zondag sterven en doodgaan in de week is een novelle waarin wordt aangetoond dat de criticus het altijd moet afleggen tegen de schrijver, en zeker als die schrijver Herman Brusselmans heet.
Na de vijf boeken die vrijwel unaniem met groot enthousiasme werden ontvangen is Dagboek van een vermoeide egoïst een boek dat in zekere zin afwijkt van de voorgaande. Herman Brusselmans' gevecht met drank, de liefde, vrouwen en de dood blijft voortduren, maar hier gaat het vooral over het schrijverschap.
'Gisterennacht was ik er van overtuigd dat dat schrijven van mij al sinds 1982 een puinhoop is. Tegen zo'n duistere, verschrikkelijke, al te zwartgallige gedachte helpt maar één middel: boeken lezen van een paar andere jonge Vlaamse schrijvers. Gegarandeerd dat ik nadien, hoe depressief en angstig ik ook ben -gegarandeerd dat ik na het lezen van een derzulke boeken dan denk: het kan nog veel slechter. Jezus, zo slecht ben ìk nu ook weer niet.'
Uit deze en andere overpeinzingen put Brusselmans opnieuw de kracht om een meesterlijk boek (een dagboek èn een roman) tot stand te brengen.
Koning voetbal beheerst het leven van velen. Supporters, journalisten, bestuursleden, ordediensten en echtgenotes. Ja, het voetbalspel bevat vanzelf alle elementen voor een Groot Grieks Drama: triomf en ledvermaak, echtbreuk en sensatie, tragiek en samenzang ... Edoch ... Hoeveel theaterstukken kent ú, waarin het plot wordt bepaald, of zelfs maar beïnvloed, door de Voetbalgoden? Niet één toch?
Herman Brusselmans en Tom Lanoye, 'Vlaanderens Mooiste Jonge Goden', hebben gemeend aan deze onterechte toestand een eind te moeten maken. Onder het motto 'het theateris de spiegel onzer samenleving' hebben zij een stuk geschreven dat bol staat van de Bal: De Canadese Muur. Een stuk dat handelt over geld, onhaalbare dromen, lang vervlogen tijden, gebroken vriendschapen dito knieschijven. Een stuk over voetbal dus. Een spel waarin twee vroegere vrienden elkaar na jaren weer ontmoeten, waarin twee vrouwen de speelbal zijn van intriges en van het rollenpatroon, en waarin een oude vader de enige is met een goedgespekte portefeuille. Een stuk over Vlaanderen dus. En wie 'Vlaanderen' leest, weet tegelijk: nu volgt een overzicht van eet- en drankproblemen in huiselijk verband. Het resultaat is gespeend van ernst noch humor, en bestaat uit twee speelhelften en een pauze waarin een fanfare haar intrede kan doen.
In 'Vlucht voor mij' gaat de nedergang van de schrijver Herman Brusselmans verder. Hij roept schimmen op, hij hallucineert, hij probeert het allesverklarende kwatrijn te schrijven, hij haat, hij verlangt naar liefde en andere onbereikbare dingen. Tevens drinkt hij veel, gedurende ontelbare sombere nachten. Enige steun zoekt hij bij Gloria, bij Het Droommeisje en bij een 84-jarige man die Victor heet. Als de schrijver bij hoge uitzondering z'n kamer verlaat en de stad intrekt, hangt er onheil in de lucht. Nee, hij is er wwarlijk niet zo best aan toe. Maar het levert wel prachtig, aangrijpend & humoristisch proza op.
'Later, diep in de nacht, terwijl het meisje slaapt, probeer ik te schrijven. Het lukt me niet, maar ik ga door. Zolang ik iemand heb die mij als het nodig is haar tranen en haar glimlach schenkt, zal ik doorgaan, en hoeveel zinnen ik ook zal schrappen, steeds zullen ze handelen over de Liefde, en hoe die, in naam van God, de enige Troosteres is, naast de onhoorbaar naderbij sluipende onbekende vriend die de Dood heet.' (Uit: 'De Stofzoeker')
Het mooie kotsende meisje is een bundeling van columns uit onder andere HUMO, de podiumverhalen, het lees-/toneelstuk Meer volk dan gisteren, het dagboek Een week uit het leven van H.B., door hemzelve verteld en de liefdesnovelle Bruce, Lorah & Purper. Brusselmans hanteert op niet te immiteren wijze zijn bekende thema's, die de lezer naar goede gewoonte doen lachen en huilen.
In Ex-schrijver, het eerste deel van een trilogie, is de schrijver kennelijk geen schrijver meer, en ook zijn andere levens zijn niet meer hetzelfde. Nog steeds rookt hij, en drinkt hij, en staart hij bij tijden voor zich uit. Hij mompelt en mijmert, ja dat ook. Hij dreigt zijn angst te verliezen en vindt een baan. Maar vooreerst zoekt hij nog even de nacht op en denkt hij, zoals steeds, moeizaam en diep na. Over het leven als misdaad, de dood als straf en het vice versa van het bestaan. Alwwer moet zijn dreigende besluit luiden: de wereld, die staat niet stil, behalve misschien de mijne.
Het naamloze ik-personage van deze roman beweegt zich op een motorfiets door de stad, en observeert de mensen en de dingen met kille, afstandelijke blik. Zijn drijfveren zijn woede, haat, cynisme, onverschilligheid, knagend heimwee, en de onwezenlijke drang ervoor te zorgen dat alles weer goed wordt. Zijn ongelijke strijd tegen de wereld zal hem echter niet volledig te gronde richten, want in het bestaan blijft die ene onverwoestbare troost: de Liefde.
Ex-minnaar, het tweede deel in de Ex-trilogie van Brusselmans, is een hard boek over de jaren negentig. Maar ook is het een bijzonder humoristische en spannende roman, die de lezer geen moment met rust laat.
Drie losers gaan op zoek naar een drummer en vragen het ik-personage of hij de taak op zich wil nemen. Hij hapt toe en aldus begint de geschiedenis van de slechtste band die Gent ooit heeft gekend. Toch winnen ze een rockprijskamp, waarna de ellende pas echt goed begint. Maar temidden van al deze ellende is er de troostende liefde tussen het ik-personage en zijn vrouw Lio.
Ex-drummer wordt bevolkt door halvegaren, gekke meisjes, de legendarische Koning van Siam, kale gefrustreerden, dode vorsten, een sadistische minister en een sergeant in een dwangbuis, die zich bewegen in een wereld van haat, nijd, onbegrip, machtsvertoon, drank, drugs, mislukte seks en onuitroeibare domheid. Het ik-personage en zijn vrouw proberen zich, zonder zich af te zonderen, tegen deze wereld te beschermen. Met Ex-drummer zet Brusselmans een nieuwe stap op het pad dat slechts wordt betreden door de groten uit de literatuur.
'Ze dooft haar sigaret. Ik vraag haar of ze de as uit de asbakken wil verzamelen in een plastic zak. Ze vraagt waarom. Ik zeg haar dat ik een asverzamelaar ben. Ze vraagt weer: "Waarom?" Ik zeg haar dat ik dat niet weet. Dat ik, zomaar, as verzamel.' Het leven van een rijke, hoogbegaafde drummer en asverzamelaar wordt grotendeels bepaald door zijn relaties met meisjes en vrouwen. Erotiek en seksualiteit spelen in deze relaties geen geringe rol, maar nog belangrijker is het filosofische niveau van de verhoudingen. Daarbij ligt de nadruk op de functie van een goed gesprek, zowel over de alledaagse als over de diepere aspecten van het bestaan. Hierin laat de hoofdpersoon zich kenmerken als een sociaal voelende figuur, en niet te vergeten als een feminist pur sang. Tot het moment dat een van de meisjes verdwijnt en de warme, begrijpende ik-figuur wordt aangewezen als het brein achter de vermissing. Het onderzoek dat volgt verloopt opmerkelijk moeizaam.
Nadat Guggenheimer dankzij het onmetelijke succes van zijn commerciele station B.O.N.A.N.Z.A. keizer is geworden in televisieland, wil hij nu de hoogste troon bestijgen in de reclamewereld. Als vanouds gaat hij daarbij niets en niemand ontziend te werk, als een dinosaurus in een porseleinwinkel - zij het een goed geklede dinosaurus met dure schoenen aan zijn verbazingwekkend elegante poten, en een Mercedes S 600 Coupe op een legale, voor hem gereserveerde parkeerplaats. Guggenheimer laat zich bij zijn onttakeling van het reclamevak al dan niet gewild bijstaan door zijn kokkin, zijn werkster, zijn tuinman, diverse dienstmeisjes, een rabbi, zijn trouwe secretaresse Debbi, zijn even trouwe broer Gugg, zijn geenszins te vertrouwen ex-legermakker De Volder, de ex-dichter Ivo de Vos, het ex-starletje Yasmine, de zeisenfabrikante Sissi, de burgemeester van Gent en diverse andere vreemde tot zeer vreemde figuren.